Het moet anders (kunnen)
Ik ben (weer) afgedwaald van hoe ik mijn leven graag vorm wil geven en zoek naar wat er nu echt belangrijk is
Ik lig op bed en weet ondertussen niet meer hoe ik moet gaan liggen. Mijn rug, mijn benen, mijn schouders: alles zit vast na een paar dagen op dit harde Aziatische matras. Zondagavond zat ik nog gezellig achter mijn laptop tijdens een online spelletjesavond waar we nieuwe spelletjes ontdekten en bijkletsen. Moe maar voldaan kroop ik in bed om een paar uur later ellendig wakker te worden. Bali belly, voedselvergiftiging, geef het beestje een naam. Ik wilde alleen maar slapen, mijn standaardoplossing voor als ik me echt zo naar voel. Weg uit deze wereld, even ontsnappen aan de misselijkheid en de ellende die erbij komen kijken. Maar nu lig ik hier alweer een paar dagen, nog niet fit genoeg om het bed te verlaten, maar fit genoeg om na te denken. Met steeds die ene conclusie: het moet anders.
Ik denk terug aan de afgelopen weken en maanden. Weken en maanden waarin ik er vaker doorheen zat dan ik zou willen, zonder zo op het oog een verklaring. De dagen waarin ik een stapje terug deed, probeerde op te laden en het nooit echt lukte. Elke tegenslag kwam harder binnen en het kostte me meer tijd om weer mijn draai te vinden. Ik was er en dan was ik het weer kwijt. Maar ik ploegde dapper door, want het leven gaat door. Boodschappen, eten koken, een bedrijf opbouwen. Strakker plannen, doelen stellen: ik probeerde alles om weer bij mezelf te komen.
Nu zie ik dat wat ik probeerde toch weer die oude tactiek was. Harder werken, mezelf nog meer bewijzen. Geen wonder dat ik daar niet van oplaadde.
Een belangrijke reden om Nederland te verlaten en te kiezen voor een reizend leven in het buitenland was om uit de ratrace te stappen. Te vaak zag ik dat mensen hun hele leven hard werkten en er niet van konden genieten. Dat zou mij niet gebeuren. Ik ging nu al van mijn leven genieten. En toch is die ratrace meegeslopen in onze backpacks, doen we er net zo goed in mee. Zijn er de afgelopen weken en maanden meer dagen doorgebracht achter de laptop dan ontdekkend in het land waar we verbleven. Onze gesprekken gaan niet langer over wat we willen zien of doen, maar over welke deadline er op de agenda staat en het werk dat op de plank ligt. Afgewisseld met boodschappen doen, de wasmachine aanzetten en eten koken. De plek is anders; het leven niet.
En daarbij heb ik onderschat hoe vermoeiend het is om constant te zoeken naar een nieuwe plek, een nieuwe accommodatie en de manier om er te komen. De logistieke puzzels die nooit ophouden. Het is soms haast een fulltimebaan naast alle andere werkzaamheden.
Het moet toch anders kunnen?
Na onze eerste wereldreis hadden we een heel rijtje van dingen die we fijn vonden tijdens het reizen en die we vast wilden houden als we weer thuis waren. Dat lukte in het begin nog een beetje, maar al snel klopten de verplichtingen aan en verdwenen de voornemens een voor een.
Ook voordat we deze keer vertrokken, hebben we het gehad over wat we hoopten te vinden met deze zet. Naast een fijner klimaat was voor mij een van de belangrijkste dingen om het rustiger aan te doen. Meer tijd voor dat kopje koffie op het terras, de wandeling langs het strand of gewoon even aan de rand van het zwembad zitten. En dan gaat het niet specifiek om de activiteiten zelf, maar om de rust en ruimte die ze brengen. Een stapje terug in productiviteit, maar een stap vooruit in aanwezig zijn, het leven echt meemaken.
En net zoals die eerdere voornemens verdwenen ook deze als sneeuw voor de zon. Langzaam nestelde de hang naar veiligheid, naar zekerheid, zich in alle aspecten van ons leven en werd het steeds makkelijker om dan maar vooral te doen waar we goed in zijn: kop in het zand en doorgaan.
Het moet anders. Maar er is ook die andere kant. Het moet toch anders kunnen? Het moet toch mogelijk zijn om te werken én van je leven te genieten?
Emigreren en je ergens thuisvoelen
Op Instagram zag ik de vraag: emigreer je ergens naartoe of ergens vandaan? Wij emigreerden ergens vandaan en hadden geen visie op waar we naartoe wilden. Meer van de wereld zien, maar dat is vrij breed. Soms zou ik willen dat ik ergens naartoe wilde emigreren. Een plek waar je een thuis kan maken, iets kan gaan opbouwen. De cultuur en taal leren kennen, meegenomen worden in iets wat je niet kent. Niet als toevallige voorbijganger, maar als onderdeel van een geheel.Maar ik laat me weerhouden door het gebrek aan drive voor een plek, door de angst om (weer) de verkeerde keuze te maken.
De afgelopen twee jaar heb ik me niet overal thuisgevoeld en toch heb ik overal een stukje van mezelf achtergelaten. Want hoe langer je ergens blijft, hoe meer het gaat voelen als thuis. Je leert de weg kennen, weet dat je niet bij die supermarkt maar bij die andere moet zijn. Flarden van ons leven, mijn leven op zovele plekken, waar ik soms even weer naar terug wil. De wandelingen door Santa Cruz en Punta del Hildalgo, het zwembad, dat ene restaurantje, het strand van Portimao, die ene leuke meneer bij de pastelaria. Stukjes thuis die je achterlaat op zoek naar een nieuw thuis.
Ik mis dat buiten zijn. Sinds we in Azië zijn geland, hou ik mijn wandelingen het liefst zo kort mogelijk. De warmte is te warm. Het enige verkoelende is een ritje op de scooter, iets waar ik mijn man voor nodig heb. Maar ik wil zelf op pad, dwalen door de straten en de velden, me laten verwonderen door dat wat ik tegenkom. Achteloos zeggen: ik ga even wandelen en dan vier uur later weer binnen komen wandelen, heerlijk uitgewaaid en opgeladen en vol energie.
Het moet anders
Het moet anders. Iets willen en iets doen zijn twee verschillende dingen. Als ik het anders wil, dan zal ik het anders moeten doen. Terug naar de basis, op zoek naar manieren om in de buurt te komen van dat leven dat ik zo graag wil leiden. Meer tijd en ruimte om even niets te doen, even te wandelen, een boek te lezen of te verdwijnen in een tijdschrift. Minder schermtijd, minder social media. Bewust omgaan met de energie die ik (niet) heb. Op zoek naar datgene wat ik hoopte te vinden.
Misschien wil ik te veel: is het niet haalbaar om het rustiger aan te doen, wel voldoende inkomen te genereren, de wereld te zien en je toch ergens thuis te voelen. Is de droom mooier dan de werkelijkheid. Moeten we kiezen uit het rijtje wat het meest belangrijk is. En als ik moet kiezen, dan kies ik voor een bewust leven met aandacht en ruimte voor de dingen die ik belangrijk vind. Iets wat op elke plek te creëren is, als ik er de tijd voor neem en het een prioriteit maak.


Ja dat is eerlijk. En herkenbaar natuurlijk. Ik denk dat de oplossing erin ligt, steeds weer iets nieuws te zoeken wat opnieuw uitdaagt. Ik kan me voorstellen dat een backpackend leven op een gegeven moment ook een soort routine wordt. Steeds resetten is denk ik idd de oplossing. Ikzelf ben in resetten gedwongen omdat mijn ega -liefde van mijn leven- opeens onverwachts is overleden. Ik leef even in een schemerzone (die ook al langzaam routine lijkt te worden soms, met een veelheid aan afspraken om alles af te wikkelen). Binnen no time zal ik mijn werk weer moeten oppakken, de maatschappij duwt me in die richting, met hun -voorspelbare- opmerkingen die ik hier maar niet zal herhalen. Ik ben aan het herijken, hoe ik het anders kan inrichten, de financiën aan het uitzoeken en afwegen. Ondertussen mis ik zo vreselijk de spirituele rijkdom die we samen hadden. Die was van ons samen maar moet ik nu alleen zien terug te vinden. En ja, hij is er nog, we communiceren, een beetje, maar ook hierin moet ik een weg zoeken hoe dat het beste werkt. Want ik denk dat het verfijnd kan worden. Ondertussen wacht de ratrace, tenzij ik een andere oplossing vind
Wat je beschrijft gaat eigenlijk niet over reizen.
Het gaat over wat er meereist.
⸻
Je wilde uit de ratrace stappen.
Maar de ratrace zat niet alleen in Nederland.
Die zat in hoe werk, zekerheid en waarde zich tot jou verhouden.
En dus ging hij gewoon mee.
In je laptop.
In je deadlines.
In de neiging om door te gaan, ook als je ergens anders bent.
De plek veranderde.
De relatie bleef.
⸻
En daar zit iets belangrijks.
Want wat vaak “de ratrace” wordt genoemd,
lijkt iets externs.
Een systeem waar je uitstapt
door van plek te veranderen.
Maar wat jij laat zien is subtieler.
Het is ook een manier van afstemmen.
Op zekerheid.
Op productiviteit.
Op controle.
En die verdwijnt niet vanzelf
als je verplaatst.
⸻
Hetzelfde zie je in dat zoeken naar een thuis.
Je beweegt van plek naar plek,
maar ondertussen bouw je overal iets op.
Niet groots.
Maar klein.
Een supermarkt.
Een wandeling.
Een gezicht dat je herkent.
Relaties.
En die maken dat iets voelt als thuis.
Niet de plek zelf,
maar hoe jij erin verschijnt
en wat er tussen jou en die plek ontstaat.
⸻
Wat wringt, is misschien niet dat je “te veel wil”.
Maar dat je probeert meerdere dingen tegelijk
in één vorm te vangen:
Vrijheid.
Zekerheid.
Vertragen.
Vooruitkomen.
En die trekken soms in verschillende richtingen.
⸻
Dus misschien verschuift de vraag een beetje.
Niet:
waar moeten we zijn om dit leven te hebben?
Maar:
welke relatie willen we hebben met werk, tijd en plek —
en wat vraagt dat concreet van hoe we onze dagen inrichten?
Want dat laatste is waar het gebeurt.
Niet in de grote keuze om te vertrekken,
maar in de kleine keuzes die daarna volgen.
⸻
En misschien nog een laag daaronder:
Als rust niet vanzelf ontstaat door ergens anders te zijn,
maar door hoe je aanwezig bent —
wat zou je dan morgen anders doen,
op precies dezelfde plek?